Reconstructie: Johan van Veen waarschuwde vijftien jaar voor de watersnood

Johan van Veen bij de installatie van de Deltacommissie, 21 februari 1953. (foto: Foto: Daan Noske, Anefo, Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0, https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Installatie_Deltacommissie._Dr._Ir._J._van_Veen,_hoofdingenieur_bij_de_Rijkswate,_Bestanddeelnr_905-5652.jpg)
Reconstructie

Betrokkenen

Waterstaatsingenieur Johan van Veen toonde in de jaren dertig aan dat de dijken in Zuidwest-Nederland te laag waren. Commissies bevestigden het in 1940 en 1946, maar pas na de ramp van 1953 met 1.836 doden kwam het Deltaplan. Een les in wat er gebeurt als waarschuwingen geen beleid worden.

Johan van Veen, hoofdingenieur bij Rijkswaterstaat, geldt als de vader van het Deltaplan. Hij is ook een schoolvoorbeeld van iemand die lang van tevoren waarschuwde zonder dat er adequaat beleid kwam. Soms schreef hij onder het pseudoniem Dr. Cassandra, naar de Griekse zieneres die nooit werd geloofd src:1756.

De waarschuwing, jaren dertig

Als hoofd van de Studiedienst van Rijkswaterstaat liet Van Veen in de jaren dertig onderzoeken hoe hoog stormvloeden konden worden. Uit die studies bleek dat de dijken in Zuidwest-Nederland te laag waren. In 1938 schreef hij een rapport over de veiligheid van Dordrecht en in 1939 een eerste becijfering van de te verwachten stormvloedstanden. Zijn medewerker Pieter Wemelsfelder toonde in 1939 statistisch aan dat veel hogere waterstanden mogelijk waren dan tot dan toe werd aangenomen. Dat leidde in 1939 tot de instelling van de Stormvloedcommissie, met Van Veen als secretaris src:1830.

Bevestigd en toch blijven liggen

In augustus 1940, de oorlog was inmiddels uitgebroken, bracht de commissie een voorlopig rapport uit. De dijken langs de benedenrivieren waren niet hoog genoeg voor stormvloeden die met een redelijke kans konden worden verwacht; op veel plaatsen moest de kruin meer dan een meter omhoog. De commissie adviseerde direct maatregelen te nemen. Rapporten in 1942 en 1944 kwamen tot dezelfde conclusie src:1831. Tijdens de bezetting werkte Van Veen door aan plannen om eilanden met dammen te verbinden, maar het werk in het veld lag grotendeels stil.

In 1946 concludeerde de commissie dat waterstanden van meer dan vier meter boven NAP bij Hoek van Holland mogelijk waren en dat er dringend maatregelen nodig waren. Na de oorlog kreeg de wederopbouw voorrang src:1756. Inspecties rond 1948 lieten zien dat de dijken op onder meer Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland er slecht bij lagen, zowel in hoogte als in onderhoud src:1834. Volgens het KNMI kregen de plannen van Van Veen door geldgebrek en andere prioriteiten geen doorgang src:1757.

De ramp

Op 29 januari 1953 verscheen het rapport over de afsluiting van de zeearmen tussen Walcheren en Voorne. Drie dagen later, in de nacht van 31 januari op 1 februari, brak de stormvloed door de dijken van Zeeland, Zuid-Holland en West-Brabant. Er vielen 1.836 doden src:1756. De waarschuwingstelegrammen van de Stormvloedwaarschuwingsdienst bereikten die avond maar circa dertig abonnees src:1757. Drie weken na de ramp werd de Deltacommissie geรฏnstalleerd, met Van Veen als secretaris. Zijn plannen werden de basis van de Deltawerken.

Een gemiste kans in de crisisjaren

In dezelfde jaren dertig was de werkloosheid hoog. Overheden zetten hen in de werkverschaffing aan het werk op grote grondprojecten. In Amsterdam groeven werklozen vanaf 1934 met schop en kruiwagen de Bosbaan, en tussen 1934 en 1940 werkten zo'n 20.000 mensen aan het Amsterdamse Bos src:1832. Ook in 1940 werd nog een inpoldering als werkgelegenheidsproject voorgesteld src:1831. Volgens Burgerplatform had dijkversterking in Zuidwest-Nederland toen net zo goed een werkverschaffingsproject kunnen zijn. Het geld voor de lonen werd toch al uitgegeven; de kennis van het risico lag er al.

Lessen voor nu

Na 1953 kon Nederland de schade herstellen en het land veiliger maken. Dat geldt niet voor elk risico. PFAS breken niet of nauwelijks af en blijven volgens het RIVM nog jarenlang in onze leefomgeving src:1833; wat nu wordt uitgestoten, is niet meer terug te halen. Zie ook art:2106. Ook voor klimaatverandering is al decennia gewaarschuwd. Volgens Burgerplatform wordt de CO2-administratie vooral boekhoudkundig opgepoetst, terwijl ruim 65 megaton uitstoot buiten de klimaatdoelen valt art:2148, en is overschrijding van 1,5 graad volgens de VN onvermijdelijk art:2203. Hoe beleidsbesluiten samen de huidige polycrisis vormden, staat in art:2179.

De les van Van Veen is volgens Burgerplatform dat een onderbouwde waarschuwing beleid moet worden voordat de ramp er is. Daarvoor moeten risico's vooraf zichtbaar en doorrekenbaar zijn, en moet er geld voor vrijgemaakt worden, ook als het krap is. Achteraf is het altijd duurder.

Analyses bij dit artikel

Via onderwerp

  • Datacentra en PFAS-koeling: klopt 'geen alternatief'? Claimtoets, alternatieven en een vergunningseis voor PFAS-vrije koeling
  • PFAS: persistente vervuiling zonder landsdekkend overzicht of kostendekkend saneringsbeleid
  • Afkoeling van de planeet: energiebalans herstellen met stop-, bron- en actieve koelmaatregelen

Via data

Via bronnen

Deel dit bericht

Blijf op de hoogte en stem mee over voorstellen

Vul je gegevens in om mee te doen

Wilt u uw e-mail hier invoeren?
Wilt u uw postcode hier invoeren?

Door aan te melden ga je akkoord met onze privacyverklaring. We delen je gegevens nooit met derden.

pageviews: 3

tinyurl: link