Reactie Burgerplatform op internetconsultatie Wet hervorming landelijke publieke omroep

Burgerplatform Stichting E4all burgerplatform.nl dialoog@burgerplatform.nl Datum 20 oktober 2026 Onderwerp Reactie internetconsultatie Wet hervorming landelijke publieke omroep Reactie Burgerplatform op het wetsvoorstel Wet hervorming landelijke publieke omroep Burgerplatform steunt het doel van het wetsvoorstel: een onafhankelijke en pluriforme publieke omroep die klaar is voor de toekomst. Wij reageren op vijf punten: openheid, de democratische verenigingsstructuur, invloed van leden en publiek, geen politieke sturing en onafhankelijke, voorspelbare financiering. 1\. Openheid als wettelijke plicht De memorie van toelichting kiest voor transparantere verantwoording, maar zegt niets over archieven en over open gebruik van wat met publiek geld is gemaakt. Van de collectie van Beeld en Geluid, ruim een miljoen uur, is maar een klein deel vrij herbruikbaar. De Algemene Rekenkamer stelde eerder vast dat de kostenontwikkeling per genre voor minister en Kamer niet zichtbaar was. Wij vragen: • een open archiefplicht voor met publiek geld gemaakt aanbod, binnen auteursrecht en privacy; • open source voor publiek ontwikkelde software; • open data over budgetten, kosten per titel, bereik en aanbodbesluiten, en openbare vergaderstukken van NPO en omroephuizen. 2\. Behoud de democratische verenigingsstructuur Het wetsvoorstel schrapt de vereniging en het ledenvereiste en sluit het bestel voor nieuwe organisaties. De memorie van toelichting noemt de vereniging zelf een unieke en duurzame vorm van maatschappelijke worteling. Bij de laatste ledentelling hadden de omroepen samen ten minste 850.000 leden. Tegelijk ligt de programmeermacht sinds 2016 steeds meer bij de NPO. Wij vragen: • houd de vereniging als wettelijke route voor maatschappelijke worteling; • stop verdere centralisatie: borg een minimumaandeel zendtijd en prominente online plek dat omroephuizen en verenigingen zelfstandig programmeren; • houd een open route voor nieuwe initiatieven, bijvoorbeeld via een experimenteerbudget buiten de netcoordinatie van de NPO. 3\. Meer democratische invloed van leden en publiek Het voorstel maakt de binding met verenigingen optioneel: een adviesraad of een voordracht voor ten hoogste drie van de vijf toezichthouders. Wij vragen: • bindende zeggenschap van leden over koers en aanbod van hun omroep of omroephuis; • gelote publieksraden die meebeslissen over een deel van het aanbod; • jaarlijkse verantwoording aan leden en publiek. 4\. Geen politieke sturing Wij steunen dat de minister geen toezichthouders van de omroephuizen meer benoemt. De leden van de raad van toezicht van de NPO blijven echter op voordracht van de minister benoemd, geschorst en ontslagen (artikel 2.24, vierde lid). Dat weegt zwaar, omdat deze raad de raad van bestuur benoemt die de programmering coördineert en het budget verdeelt. Het wetsvoorstel verzwakt bovendien de bestaande waarborgen: de verplichte onafhankelijke benoemingsadviescommissie (nu artikel 2.5, vierde lid, Mediawet 2008) vervalt, en de minister mag een advies passeren wegens 'andere zwaarwegende belangen' (artikel 2.26, vijfde lid, onder c). De Europese verordening mediavrijheid (EMFA) is sinds 8 augustus 2025 rechtstreeks van toepassing. Artikel 5, tweede lid, vraagt benoemingsprocedures die tot doel hebben de onafhankelijkheid te waarborgen, met transparante, objectieve criteria die vooraf zijn vastgesteld. Ontslag voor het einde van de termijn is alleen bij uitzondering mogelijk, met een motivering, voorafgaande mededeling en rechterlijke toetsing. Artikel 4, tweede lid, verbiedt de overheid zich te mengen in het redactioneel beleid en de redactionele beslissingen. In het concept-wetsvoorstel Uitvoeringswet EMFA stelt de regering dat de Mediawet aan artikel 5 voldoet omdat benoemingen lopen via een onafhankelijke benoemingscommissie. Dit wetsvoorstel schaft die verplichting voor de NPO af. Op dit punt zijn beide voorstellen niet met elkaar te verenigen. Wij vragen: • benoeming van de leden van de raad van toezicht van de NPO op bindende voordracht van een wettelijk verankerde, onafhankelijke benoemingsadviescommissie, met openbare profielen en een openbaar verslag van de procedure; afwijzing alleen wegens strijd met de wet of onverenigbaarheid van functies, gemotiveerd en openbaar; • schrappen van de weigeringsgrond 'andere zwaarwegende belangen'; • schorsing en ontslag alleen bij uitzondering, op limitatieve gronden, op voorstel van de raad van toezicht, na voorafgaande mededeling en hoor, met een gemotiveerd besluit en uitdrukkelijk beroep bij de bestuursrechter; • een wettelijke plicht voor bewindspersonen en ministeries om zich, buiten hun wettelijke bevoegdheden, te onthouden van beïnvloeding van programmering, redactionele beslissingen, benoemingen en ontslagen, met openbare registratie van contacten hierover; aanwijzing • van een onafhankelijke instantie, bijvoorbeeld het Commissariaat voor de Media, die toeziet op de naleving van artikel 5 EMFA en daarover openbaar rapporteert, zoals artikel 5, vierde lid, vraagt. 5\. Onafhankelijke en voorspelbare financiering Vanaf 2027 gaat er structureel 156,7 miljoen euro per jaar af van de rijksmediabijdrage, waarvan 45 miljoen deels wordt teruggedraaid. De Mediawet kent een minimumbedrag per periode van vijf jaar met indexatie (artikel 2.148a) en een jaarlijks budgetbesluit van de minister (artikel 2.149). Het wetsvoorstel laat dit stelsel in stand. Het minimum is echter gelijk aan wat de rijksbegroting beschikbaar stelt; niemand stelt onafhankelijk vast wat de publieke opdracht kost. De minister kan het meerjarige bedrag tussentijds verlagen bij 'veranderde omstandigheden' (artikel 2.148a, derde lid) en het budget op 80 procent zetten als de begroting niet volgens de regels is ingediend (artikel 2.149, tweede lid). Artikel 5, derde lid, EMFA vraagt financieringsprocedures op basis van transparante en objectieve criteria die vooraf zijn vastgesteld, en adequate, duurzame en voorspelbare middelen die de redactionele onafhankelijkheid waarborgen. Volgens overweging 31 wordt de financiering bij voorkeur meerjarig vastgesteld, om ongewenste beïnvloeding door jaarlijkse begrotingsonderhandelingen te voorkomen. De memorie van toelichting onderbouwt niet dat de middelen na de verlaging adequaat blijven voor de wettelijke opdracht. Zij erkent wel dat het reclameverbod bij online audio negatieve gevolgen heeft voor de duurzaamheid van de financiering. Wij vragen: • een onafhankelijke commissie die per concessieperiode de financieringsbehoefte vaststelt aan de hand van wettelijke, objectieve criteria, met een openbaar advies; afwijking alleen bij wet en met openbare motivering; • geen tussentijdse verlaging door de minister op de open grond 'veranderde omstandigheden', maar alleen bij wet en na advies van die commissie; • een herstelprocedure in plaats van de automatische korting naar 80 procent; • voordat de bezuiniging wordt doorgevoerd, een openbare toets of de middelen adequaat blijven voor de publieke opdracht, zoals artikel 5, derde lid, vraagt, en een maatschappelijke kosten-batenanalyse; • onderzoek naar een wettelijk geborgd, geoormerkt mediafonds met een eigen bron, binnen de Europese staatssteunregels. Tot slot Openheid en democratische worteling staan niet tegenover vernieuwing. Ze zijn een voorwaarde voor vertrouwen in de publieke omroep. Wij vragen de regering deze punten in het wetsvoorstel op te nemen. Burgerplatform burgerplatform.nl